Nieuws & publicaties
Publicaties
Langetermijnrente: anatomie van een stijging
De analyse van Florent Wabont, Hoofdeconoom bij dnca finance.
Centrale banken, iets dichter bij de sterren
De analyse van Florent Wabont, Hoofdeconoom.

Goud: de terugkeer van de centrale banken
Het edelmetaal heeft dit jaar zijn glans verloren en rijdt achteraan in het peloton van de prestaties van de grote activaklasse met ongeveer $ 4.000 per ounce. Terwijl het de voorbije jaren nog aan de evolutie van de reële rente ontsnapte, is deze correlatie weer helemaal terug sinds de komst van Kevin Warsh als voorzitter van de Amerikaanse Federal Reserve. Maar de relatie tussen goud en de centrale banken beperkt zich niet tot de impact van monetaire beleidsbeslissingen. Na een rustige periode namen deze instellingen opnieuw goud op in hun balansen, wat beleggers ertoe zou moeten aanzetten hun diepere drijfveren in vraag te stellen.
De analyse van de periode 2022-25 zorgt bij veel beleggers voor verwarring als we kijken naar de relatie op zeer lange termijn tussen de reële rente en de goudprijs: de opportuniteitskost om goud aan te houden, die geen coupons oplevert, vertoont de neiging te stijgen naarmate de reële rente stijgt. Maar sinds het begin van het conflict tussen Oekraïne en Rusland en de daarmee gepaard gaande bevriezing van een deel van de dollartegoeden van de Russische centrale bank is deze relatie wat verwaterd.
Om het antwoord op deze paradigmaverschuiving te vinden, moeten we kijken naar de centrale bankiers. Zij zijn een campagne begonnen om hun bezittingen weer in evenwicht te brengen om akte te nemen van de nieuwe geopolitieke situatie. Zo verdubbelden de aankoopstromen van de centrale banken eenvoudigweg van ongeveer 500 ton/jaar in de periode 2011-21 tot meer dan 1.000 ton. Het is geen verrassing dat deze plotse onevenwichtige goudmarkt de macro-economische correlaties naar de achtergrond heeft verdreven en bij beleggers een FOMO-gevoel heeft aangewakkerd.
Maar oude gewoontes zijn moeilijk af te leren en marktspelers hebben op een contra-intuïtieve manier een 'normaal' gedrag van goud tegenover de rente gezien sinds het uitbreken van het conflict in het Midden-Oosten. Terwijl de toename van het geopolitieke risico gunstig had kunnen zijn voor dit actief van het type safe haven*, verloor de goudprijs wat van zijn eerdere stijging naarmate de verwachtingen van het monetaire beleid werden bijgesteld.
En alsof dat nog niet genoeg was, hebben sommige centrale banken, zoals die van Rusland, Azerbeidzjan en Turkije, in maart wat van hun goud verkocht. Turkije, dat met Polen en China in de top drie van de grootste kopers stond in de cyclus 2022-25, moest een deel van zijn voorraad afstoten en een ander deel swappen** om zijn munt te beschermen.
Uit de statistieken van het tweede kwartaal blijkt een aanzienlijke heropleving van de aankoopprogramma’s, goed voor in totaal 289 ton, wat neerkomt op een tempo op jaarbasis van 1.155 ton (tegenover 860 ton in 2025). Recenter zouden de centrale banken in september 63 ton hebben gekocht volgens de Financial Times die de hand wist te leggen op de voorlopige gegevens van de World Gold Council, het hoogste niveau sinds november 2024. En de koploper is China, dat van de terugval profiteert om zijn aankopen te versnellen: de PBOC kocht dit jaar meer dan 100 ton goud, tegenover 40 ton voor heel 2025!
Los van de cijfers is vooral de verklaring van het weer op gang komen van deze stromen relevant. En hoewel centrale banken, in tegenstelling tot bedrijven, geen mededelingen publiceren over het beheer van hun balansen, weerhoudt het waarnemers er niet van om theorieën te bedenken.
Net als de andere beleggerscategorieën stellen de monetaire autoriteiten vast dat de begrotingstekorten toenemen en dat de overheidsschulden sinds de grote pandemie stijgen. In dat verband schatte het IMF de overheidsschuld in 2005 op 94% van het bbp en voorspelt het een schuldquote van 100% tegen 2029. Afgezien van het bedrag van de overheidsschuld, zijn het de lasten die een centraal thema worden met de plotse stijging van de langetermijnrente. De VS zouden bijvoorbeeld het bescheiden bedrag van duizend miljard dollar aan rente moeten uitgeven voor boekjaar 2026. Dat bedrag was tien jaar geleden vier keer lager en het CBO*** verwacht een verdubbeling in het komende decennium.
In deze omstandigheden wordt de houdbaarheid van de schuld bepaald volgens de regel van econoom Evsey Domar: de houdbaarheid is alleen mogelijk als het nominale groeipercentage van de economie hoger is dan het leenpercentage van een staat. Anders moet een primair overschot**** worden bereikt om de schuldquote te stabiliseren. In de VS zou het primaire tekort van 2,5% in theorie moeten evolueren tot een overschot van 1% om de situatie te stabiliseren. Een vrij onwaarschijnlijk scenario, dat vragen doet rijzen over de aanpassingsvooruitzichten, die voor beleggers van zeer uiteenlopende aard zijn, gaande van de meest gunstige (groei) tot de ergste (wanbetaling) via de erosie van de reële waarde van de schuld.
De daling van de goudprijs sinds zijn hoogste peil eind januari is gemakkelijk te verklaren door de stijging van de Amerikaanse reële rente en de koersstijging van de dollar. Deze twee belangrijke componenten van het mondiale economische systeem reageerden op de geïsoleerde groei van de Amerikaanse economie, die de vruchten plukt van AI-uitgaven en welvaartseffecten. Maar het gedrag van de centrale bankiers ten aanzien van goud toont aan dat ze de neiging hebben om verder te kijken dan deze kortetermijnverschijnselen en hun beleggingen te diversifiëren op een moment dat de budgettaire trajecten van de grote economieën hoogst onzeker zijn.
In hun wijsheid zouden beleggers er goed aan doen om hun voorbeeld te volgen door een deel van hun vermogen toe te wijzen aan het gele metaal, om zich in te dekken tegen de risico's van aanhoudende inflatie of zelfs financiële repressie, met een actief zonder tegenpartijrisico dat niet op verzoek kan worden uitgegeven …
*Veilige-havenactief;
**Ruiltransactie;
***Congressional Budget Office;
****Positief begrotingssaldo van een staat, berekend exclusief betaling van de rente op de schuld.
Pierre Pincemaille, Algemeen Secretaris van Gestion. Het opstellen werd afgerond op 30 oktober 2026.
De prestaties uit het verleden houden geen voorspelling in met betrekking tot de toekomstige prestaties. De beheerkosten zijn inbegrepen in de prestaties. De rendementen worden berekend door DNCA Finance. Dit promotiedocument is een vereenvoudigde voorstellingstool en vormt noch een aanbod om in te schrijven, noch een beleggingsadvies.
DNCA Investments is een handelsmerk van DNCA Finance.
Lees ook
Langetermijnrente: anatomie van een stijging
De analyse van Florent Wabont, Hoofdeconoom bij dnca finance.










